Kernwaarden openbaar onderwijs 


Openbaar onderwijs is algemeen toegankelijk onderwijs. Dit maakt dat de populatie van openbare scholen is te kenschetsen als ‘de samenleving in het klein’. Hoe goed die micromaatschappij kinderen op de reële samenleving voorbereidt, hangt samen met de uitgangspunten die een school hanteert in de omgang met leerlingen, ouders, personeelsleden en de omgeving van de school én met de competenties van de leerkrachten om deze doelen te realiseren. De basis daarvoor wordt gevormd door de kernwaarden van het openbaar onderwijs. Deze kernwaarden kenmerken het openbaar onderwijs en maken openbare scholen tot hét onderwijs van deze tijd.

1. Iedere leerling welkom

Dit is het fundament van het openbaar onderwijs. Ieder kind welkom betekent dat kenmerken als afkomst, levensovertuiging, seksuele geaardheid en etniciteit, nooit een rol spelen bij het al dan niet toelaten van een kind. De schoolpopulatie kan daardoor redelijk eenvoudig een afspiegeling worden van de wijk of buurt waarin ze staat. In hoeverre dat echt lukt, is mede afhankelijk van het keuzegedrag van de ouders.

2. Iedereen benoembaar

Net zoals elk kind, is ook elke leerkracht op de openbare school welkom. De openbare school staat open voor iedereen, ongeacht levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid. Aan leraren wordt echter wel de eis gesteld dat zij kunnen en zullen handelen overeenkomstig de beginselen van het openbaar onderwijs.

3. Wederzijds respect

De school als afspiegeling van de samenleving betekent diversiteit binnen de school. Ouders, leerlingen en personeel gaan respectvol met elkaars opvattingen en levensbeschouwelijke overtuigingen om. De pluriformiteit wordt aangegrepen om van elkaar te leren en het onderlinge begrip te bevorderen. Een persoonlijke overtuiging wordt op de openbare school nooit als de enige ware of de beste gepresenteerd. Noch door ouders en leerlingen, noch door personeelsleden. Dit betekent overigens niet dat alle ideeën getolereerd hoeven te worden. Wederzijds respect is hierbij altijd het uitgangspunt.

4. Waarden en normen

Wederzijds respect wordt mede vormgegeven door expliciete aandacht voor de levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden en normen. Het openbaar onderwijs gaat uit van de beginselen van de democratische rechtstaat zoals vastgelegd in de (Grond-)wet en internationale verdragen. Juist met het oog op de aanwezige diversiteit moet ook het belang van de verworvenheden van onze democratie aan de orde komen. Deze vormen de kaders waarbinnen de pluriformiteit tot zijn recht kan komen, bieden ruimte voor de opvattingen en uitingen van minderheden.

5. Van en voor de samenleving

‘De school van en voor de samenleving’ geeft het karakter van het openbaar onderwijs goed weer. De aandacht is nadrukkelijk niet alleen naar binnen gericht maar ook naar buiten. Openbare scholen maken steeds meer werk van hun verantwoordelijkheid jegens de samenleving. Ze stimuleren de actieve participatie en betrokkenheid van ouders en kinderen bij alles wat zich op en om de school afspeelt en geven zo een voorbeeld van goed burgerschap. Het gaat hiermee verder dan het enkel afleggen van verantwoording over de resultaten die de school haalt.

6. Levensbeschouwing en godsdienst

Diversiteit van levensbeschouwing is een gegeven in onze samenleving. Het actief benutten van de aanwezigheid van deze diversiteit draagt bij aan het onderling begrip en het respect voor de opvattingen van anderen. De openbare school biedt ruimte en gelegenheid voor het geven en volgen van levensbeschouwelijk vormingsonderwijs of godsdienstonderwijs. De invulling van dit onderwijs ligt niet onder de verantwoordelijkheid van de school, maar bij externen zoals een kerkgenootschap of andere instellingen met een levensbeschouwelijke grondslag. Het aanbieden van godsdienst- of vormingsonderwijs laat respect voor elkaar zien: er wordt ruimte geboden voor levensbeschouwelijk onderwijs in de eigen richting.

Bron: VOS/ABB